en-en
fr-fr
es-es
pt-pt

Kacou 49 (Kc.49) : Brief aan de Sulamitische
(Gepredikt op woensdagavond 28 september 2005 in Yopougon-Koeweit, Abidjan – Ivoorkust)
1 Ik ben de Heer dankbaar voor wat Hij zojuist weer heeft gedaan, de moeder van onze Broeder Fofana had haar longen diep aangetast en medicijnen konden niets meer doen en ze werd terug naar huis gestuurd. Voedsel werd naar haar mond gedragen, met haar leeftijd en zo, Snappen jullie? En onze Broeder had een droom waarin zijn moeder hem als haar laatste hoop beschouwde.
2 God bereidde hun hart voor omdat ze moslims zijn en toen belde ik daarheen, ze wonen hier 380 km vandaan en ik ken ze niet, ik sprak met haar dochter, er was geen hoop. En ik bad en zei: "Here Jezus, ik bid U, die luistert naar de stem van Uw profeten, vergeef de zonden van deze oude vrouw en genees haar op wonderbaarlijke wijze en maak bekend dat het is omdat ik gebeden heb dat het zo is geweest! Amen!" … Ze hebben me net gebeld; De oude vrouw nam zelf de telefoon. Ze bedankte me duizend keer! Snappen jullie? Het enige dat het hart van de moslims kan raken, is het wonder...
3 Welnu, vanmorgen zou ik graag willen prediken over het onderwerp: Brief aan de Sulamitische door het boek Hooglied door te nemen. Het is een prachtig boek. Kerken gebruiken het alleen om hun huwelijk op te vrolijken, maar voor ons is het een boek dat net zo geestelijk en profetisch is als dat van Ezechiël en Daniël. Snappen jullie?
4 […] Koning Salomo had duizend vrouwen, maar dat was niet meer en niet minder dan Jezus Christus, Wiens bruid uit alle natiën zou komen. En deze kleine Sulamitische was een van hen. Ze was een jonge vrouw die goed was opgevoed, geboren met de deugden die bij een goede vrouw horen. Ze was mooier en waardiger dan alle vrouwen op aarde.
5 Van Genesis tot Openbaring is zo'n schoonheid nooit genoemd. Geen Jood, geen Babyloniër, geen Venezolaan, geen Indiër kon haar evenaren. En koning Salomo was, ondanks de zalving van de koning, verrukt. O deze kleine Sulamitische!
6 In hoofdstuk 4 vers 7 zei Salomo: "Jij zijt allen schoon, mijn liefste; En er is geen vlek in u." Het hele boek Hooglied prijst deze Sulamitische, van het ene eind tot het andere. Elk hoofdstuk, elk vers, elke zin openbaard de schoonheid van deze zwarte prinses. En het is de grote koning Salomo, de man wiens roem over de hele aarde is verspreid, die spreekt.
7 Zou de man die duizend vrouwen zou krijgen, zo dronken kunnen zijn van de schoonheid van dit kleine zwarte meisje? In hoofdstuk 6, vers 4 tot 5, zegt hij: "Jij zijt schoon, mijn liefste, als Tirza, lieflijk als Jeruzalem, Verschrikkelijk als troepen met banieren: Wend uw ogen van mij af, want zij overwinnen mij." Afgezien van de zwarte huid van deze Sulamitische, is er geen enkel deel van haar lichaam dat Salomo niet prijst. Oh! Lieve kleine Sulamitische! En de twaalf dochters van Jeruzalem getuigen ervan in hoofdstuk 6 vers 1: "Waarheen is uw geliefde gegaan, Jij schoonste onder de vrouwen? ..."
8 Ja! Ze was zwart. Het vijfde en zesde vers van hoofdstuk 1 zeggen: "Ik ben zwart, maar lieflijk, dochters van Jeruzalem! Als de tenten van Kedar, als de gordijnen van Salomo. Kijk niet naar mij, want ik ben zwart; Omdat de zon mij heeft aanschouwd...". Ze was Afrikaans. Wie was zij? Onze overgrootmoeder. Snappen jullie?
9 Vóór het antisemitisme, vóór elk racisme, vóór de rassenscheiding, vóór de apartheid, een meisje van de naties en bovendien een Afrikaanse, in de armen van een Jood, de naties die niet eens deelhadden aan de Samaritanen!... Het overtreden van een natuurlijke en bovennatuurlijke wet! Wat is dit? Jezus Christus en wij! Dat kan niets anders zijn dan Jezus Christus en ons. En vers 5 van hoofdstuk 7 zegt: "De koning is geketend door uw pijpenkrullen". En ze was geen zorgeloze vrouw die naar alle congressen, seminaries en andere rende. Zij was geen prostituéekerk die haar preekstoel verhuurde aan Branhamistische herders, aan gezalfde profeten.
10 De Bijbel zegt in hoofdstuk 4 vers 12 dat zij... Ik las dat: "Een omsloten tuin is mijn zus, mijn echtgenoot; Een bron gesloten, een fontein verzegeld." En de volgende verzen zeggen dat de scheuten van deze tuin, die de getrouwen van deze Kerk zijn, fonteinen en bronnen van levend water zijn.
11 Hoofdstuk 5 openbaart niet haar val, maar de vervolging van Daniël 11: 33 til 35. Wat zegt het vijfde vers van dit hoofdstuk 5: "Ik stond op om me open te stellen voor mijn geliefde; En mijn handen vielen met mirre, En mijn vingers met vloeibare mirre, Op de handvatten van het slot." De mirre is vervolging en dood. De wijzen offerden mirre aan de Heer Jezus om zijn dood aan te kondigen.
12 Net als de Bruidegom aan het kruis zal deze Bruid gewond raken. Ze zegt: "De wachters die door de stad trokken, sloegen me en verwondden me". Waarom is ze gewond geraakt? Omdat zij de levende Kerk is en zij uitging op de stem van de Bruidegom. Amen!
13 Lees de hoofdstukken 6 en 7 en jullie zullen zien dat deze wonden niets afdeden aan haar majestueuze schoonheid. Snappen jullie? Ze heeft nooit gezondigd! Ze is nooit lui of nalatig geweest, maar ze stond op tijd op om zich open te stellen voor haar verloofde. Ze heeft er nooit spijt van gehad en dat is haar nooit verweten. Deze Sulamitische van hoofdstuk 1 tot hoofdstuk 7 is nooit gevallen! Zij is de levende Kerk om middernacht en zij kan niet vallen! Ze kon niet vallen en ze zal niet vallen!
14 En Zijn Naam is: "Hij Die weidt onder de lelies" en zijzelf is een omsloten Tuin, een Bron gesloten en een Fontein verzegeld! Hoe kun je dat vernietigen? Hoe kan een Branhamist of Pinksterherder deze Kerk verontreinigen, omdat zij niet naar hem wil luisteren?
15 In het tweede vers van hoofdstuk 5 zei ze: "Ik sliep, maar mijn hart was wakker. De stem van mijn geliefde! Hij klopt: Open voor mij, mijn zuster, mijn liefste, mijn duif, de mijne onbesmet; ..." Snappen jullie? Ze kan zich alleen openstellen voor haar Bruidegom en ze kent niets anders dan zijn stem. Zij kan haar preekstoel aan geen enkele herder verhuren. De Bijbel zegt dat zij een omheinde tuin heeft, een bron gesloten en een fontein verzegeld!
16 Jullie zeggen: "Broeder Philippe, in vers 2: Haastte zij zich niet om de deur voor hem te openen?" Maar ik zeg jullie dat ze het heeft gedaan! Vers 5 zegt dat zij het deed! Ze was niet nalatig of lui en haar Bruidegom verweet haar niets van dien aard.
17 En deze Sulamitische van voor hoofdstuk 5 wordt zelfs vernieuwd na dit hoofdstuk 5 zoals Sara en het is deze in vers 8 van hoofdstuk 8. Snappen jullie? Ze zegt: We hebben een zusje dat vergelijkbaar is met een muur, dan zegt ze: ik ben een muur. Hoe zouden de wachters dan hun eigen muur laten vallen? Hoe zouden ze hun eigen deur openbreken?
18 En daarvoor, in hoofdstuk 3 vers 3, hadden deze wachters haar ontmoet en wisten inderdaad dat het deze kleine prinses van de tuin van de farao was die de toekomstige vrouw van Salomo, hun koning, zou zijn. Wie was zij? Het begin van de liefde van koning Salomo. Was het niet voor haar veiligheid dat de wachters er waren? Snappen jullie?
19 Zij was de levende Kerk, niet meer en niet minder! Zij moest door deze fase heen, omdat de Kerk er vóór de opname doorheen zal gaan. Ze moest een beetje geschokt zijn. Kijk nu naar de Bruidegom, dit vijfde hoofdstuk zegt dat Zijn hoofd en de sokkels waarop Hij is gezet van fijn goud zijn en in Zijn handen is de chrysoliet gezet en Hij is meer vervuld met wijsheid dan enig mens op aarde. Wat is dit? Jezus Christus en de zeven gemeenten die de chrysoliet in zijn hand zijn...
20 Dat is het, alles is spiritueel. 2000 jaar geleden was dit jonge meisje een betoverende Aziaat, toen een betoverende Europeaan, toen een betoverende Amerikaanse, en uiteindelijk deze kleine zwarte. [Nvr: De gemeente zegt: "Amen!"].
21 En het hele boek Hooglied speelt zich 's nachts af... laten we dat lezen in hoofdstuk 2 vers 16 en 17: «Mijn geliefde is de mijne, en Ik ben de zijne; Hij weidt [zijn kudde] tussen de lelies, Tot de dag aanbreekt en de schaduwen wegvluchten ...". Hij die zich voedt tussen de lelies en wij die de ware lelies der dalen zijn. Te midden van slangen, verleidingen en alles wat Satan stuurt om ons te verstikken... Snappen jullie?
22 Tientallen kerken die met haar willen samenwerken, tientallen missies en bedieningen die samenwerking zoeken, tientallen gebedswake, tientallen gezalfde profeten, vervolgingen, gevangenschap, maar we streven ernaar om het licht te zoeken en te bereiken. Zo is het van het lelietje-van-dalen, ongeacht de grote stenen die voorkomen dat het uit de grond komt, het zal ze vermijden en er uiteindelijk weer uitkomen.
23 Zo is het van de ware Kerk. Snappen jullie? Deze kleine Sulamitische houdt zich ver van de dochters van de natiën, ver van de dochters van Jeruzalem, ver van alle kerken. De Bijbel zegt: "Een omsloten tuin is mijn Zuster, mijn Bruidegom; Een bron gesloten, een fontein verzegeld."
24 Het was uit Afrika dat deze Bruid kwam en dit zwarte schaap met zich meenam, dit laatste schaap. Zij is de volmaakte Bruid, volmaakter dan Eva voor de zondeval. Zij die aan het kruis uit de zijde van Christus kwam. Vlees van Christus' vlees, been van Christus' been en haar naam is de naam van het type van Christus. Haar naam is S... L… M… SoLoMon, ShuLaMite! Wat is het? Het perfecte ding! [Nvr: De gemeente zegt: "Amen!"]. Hij heeft haar eindelijk gevonden en dat is het lied van ons huwelijk met Hem, het Hooglied voor het huwelijk der huwelijken!
25 Waar is Hegai, waar is de kamerheer, de bewaarder van de Sulamitische? Hij bleef nu op een afstand omdat Hij daar is. Waar ligt Hegai? Hij nam haar uit Afrika en nam haar tot Hem. Het is Mattheüs 25:6 en alles is voor hem volbracht, dank u God! Alles is volbracht, dank u God! Het is klaar! Sulamitische, zie de Bruidegom! Ga uit om Hem te ontmoeten!
26 Deze Sulamitische is de Kerk van Jezus Christus om middernacht en de twee kampen in het dertiende vers van hoofdstuk 6 zijn aan de ene kant de wijze maagden en aan de andere kant de dwaze maagden. En de Bijbel zegt: "Sta niet op en ontwaak niet" in hoofdstuk 2 vers 7; in hoofdstuk 3 vers 5 en hoofdstuk 8 vers 4 omdat er het kamp is van de dwazen die in slaap waren gevallen en die gewekt moeten worden, maar er is het kamp van de wijzen die zwaar waren geworden, die gewoon opgewekt moeten worden. Snappen jullie?
27 Het was misschien hetzelfde Hebreeuwse Woord dat daar werd gebruikt, maar dan door de Heilige Geest, door Darby geschreven: «Niet wakker worden, noch wakker worden". [Nvr: De gemeente zegt: "Amen!"]. Louis Segond en de anderen schreven onder invloed van de theologie: "ontwaak niet en ontwaak niet...". Snappen jullie? Dat is wat het verschil maakt tussen hem die de Geest heeft en hem Die dat niet heeft. Niemand kan, als het niet door de Heilige Geest is, de Bijbel vertalen. Hoe kan Darby dat schrijven als het niet door de Geest is? Snappen jullie? De hele Bijbel komt perfect op één lijn.
28 Het boek Hooglied speelt zich 's nachts af en eindigt bij zonsopgang. Het zesde vers van hoofdstuk 4 zegt het ook: "Totdat de dag aanbreekt en de schaduwen wegvluchten, zal Ik mij brengen naar de berg van mirre, en naar de heuvel van wierook." Snappen jullie?
29 En merk op dat dit boek zichtbaar uit acht hoofdstukken bestaat, zoals we het kunnen zien, maar eigenlijk zijn het er zeven. De achtste is een samenvatting, maar geestelijk, een restitutie van de eerste zeven. [Nvr: De gemeente zegt: "Amen!"].
30 Goed. Wat gebeurde er in deze liefdesaffaire? De Here Jezus Christus, Die op de bergen en heuvels rijdt, gaf haar een Boodschap en het is de stem van vers 8 in hoofdstuk 2. Zien jullie het sterretje dat er staat? Wetten jullie dat Genesis 2:4 het begin is van het tweede hoofdstuk van Genesis? En dat Psalm 119 een verzameling is van 22 hoofdstukken van elk 8 verzen en elk beginnend met een sterretje? Snappen jullie? Er is een stem in het achtste vers van hoofdstuk 2 en wat deed die stem? Het noemde een reine maagd! In het zesde vers van hoofdstuk 3 riep hij uit: "Wie is dit, zij die opstijgt uit de woestijn als rookkolommen..." Snappen jullie?
31 Op dezelfde manier als Israël met Mozes de woestijn inging, zo gaat deze Sulamitische op in de woestijn van Openbaring 12:14. En in de samenvatting, in vers 5 van hoofdstuk 8, waar het achtste hoofdstuk eigenlijk begint, klinkt dezelfde stem die zegt: "Wie is het, Die uit de woestijn opkomt, Leunend op haar geliefde?". Snappen jullie? En aan het eind, hoofdstuk 8 vers 13, zei een stem tot Sulamitische: "Jij, die in de tuinen woont, De metgezellen luisteren naar uw stem: Laat mij Het horen."
32 O u, de gelukkigste aan wie God de genade geeft van de uitleg van het mysterie van de witte steen om middernacht, wij, uw metgezellen van de andere landen, wachten op uw stem! We wachten op de stem van Mattheüs 25:6. Midden in deze geestelijke nacht wachten uw metgezellen die zich niet hebben geprostitueerd op deze stem van Mattheüs 25:6 van u, laat hen het horen! Wat is dit?
33 Aan de mooiste vrouw, de meest geliefde is het kostbaarste gegeven, namelijk: de interpretatie van de onbekende taal en het was deze vreugde die ervoor zorgde dat ze in het zestiende vers van hoofdstuk 4 alle maagden van het noorden, het oosten, het westen en het zuiden opriep om zich met haar te komen verheugen. Zo is het ook in hoofdstuk 4, waar de Bruidegom de Bruid overal vandaan roept: "Kom met mij mee, uit Libanon, mijn Bruidegom, met mij uit Libanon, Kom, kijk vanaf de top van Amanah, vanaf de top van Senir en Hermon, vanuit de leeuwenkuilen, vanaf de bergen van de luipaarden." Snappen jullie?
34 Kom uit alle naties, kom uit alle kerken, kom uit alle rassen van de aarde. "Jij, die in de tuinen woont, De metgezellen luisteren naar uw stem: Laat het mij horen!" Jullie, Broeders en Zusters, die de stem van de Bruidegom om middernacht hebben ontvangen, laat Het mij horen!
35 Jij, lieve kleine Sulamitische, laat het aan Europa horen! Laat Asia Het horen, vertel Amerika dat Het Lam van Openbaring 5 hier in Afrika is neergekomen om de onbekende taal uit te leggen. Vertel Afrika dat Jezus-Christus op bezoek is bij de achterkleinzonen van de Ethiopische eunuch! Zeg tegen de achterkleinzonen van de Sulamitische dat Hem die hun hart liefheeft, aan de deur klopt!
36 Vertel de hele wereld dat de Middernachtroep heeft geklonken! Getuig, net als Anna of de Samaritaanse vrouw, van wat God heeft gedaan en laat het iedereen om jullie heen weten.
--:--
--:--